Groeten in het Chinees
- 你好Nǐhǎo Hallo / goedendag. (tegen één persoon)
- 您好Nínhǎo Goedendag (beleefd tegen één persoon)
- 你们好Nǐmen hǎo Goedendag (tegen meerdere personen)
- 大家好Dàjiā hǎo Hallo allemaal
- 早上好Zǎo shàng hǎo Goedemorgen
- 下午好Xiàwǔ hǎo Goedemiddag
- 晚安Wǎn'ān Goedenavond
- 你好吗? Nǐhǎo ma ? Hoe gaat het?
- 你怎么样?Nǐ zěnmeyàng ? Hoe gaat het met je?
- 很好。你呢?Hěnhǎo. Nǐ ne ? Heel goed. En met jou?
- 还行Hái xíng Het gaat wel.
- 不太好Bú tài hǎo Het gaat niet zo goed
- 好久不见了Hǎojiǔ bú jiàn le ! Lang niet gezien!
- 你最近怎么样?Nǐ zuìjìn zěnmeyàng ? Hoe gaat het de laatste tijd?
- 再见Zàijiàn Tot ziens.
- 下次见Xià cì jiàn Tot de volgende keer.
- 明天见Míngtiān jiàn Tot morgen.
- 下星期见Xià xīngqī jiàn Tot volgende week.
- 待会儿见Dāi huǐr jiàn Tot straks.
- 后会有期Hòu huì yǒu qī We zien elkaar nog wel. (afscheidsformule)