Groeten in het Chinees

  1. 你好Nǐhǎo Hallo / goedendag. (tegen één persoon)
  2. 您好Nínhǎo Goedendag (beleefd tegen één persoon)
  3. 你们好Nǐmen hǎo Goedendag (tegen meerdere personen)
  4. 大家好Dàjiā hǎo Hallo allemaal
  5. 早上好Zǎo shàng hǎo Goedemorgen
  6. 下午好Xiàwǔ hǎo Goedemiddag
  7. 晚安Wǎn'ān Goedenavond
  8. 你好吗? Nǐhǎo ma ? Hoe gaat het?
  9. 你怎么样?Nǐ zěnmeyàng ? Hoe gaat het met je?
  10. 很好。你呢?Hěnhǎo. Nǐ ne ? Heel goed. En met jou?
  11. 还行Hái xíng Het gaat wel.
  12. 不太好Bú tài hǎo Het gaat niet zo goed
  13. 好久不见了Hǎojiǔ bú jiàn le ! Lang niet gezien!
  14. 你最近怎么样?Nǐ zuìjìn zěnmeyàng ? Hoe gaat het de laatste tijd?
  15. 再见Zàijiàn Tot ziens.
  16. 下次见Xià cì jiàn Tot de volgende keer.
  17. 明天见Míngtiān jiàn Tot morgen.
  18. 下星期见Xià xīngqī jiàn Tot volgende week.
  19. 待会儿见Dāi huǐr jiàn Tot straks.
  20. 后会有期Hòu huì yǒu qī We zien elkaar nog wel. (afscheidsformule)